Er mist iets november
Ik heb haar nooit echt kunnen uitleggen waarom ik altijd maar ongeveer de helft van mijn sigaret op rook. Ik kan ook niet met zekerheid zeggen dat zij er ooit naar gevraagd heeft. Als ze er al iets bij dacht dan waarschijnlijk dat het mijn verstrooidheid was. Misschien is het dat ook wel.
Er is een plek in mijn geheugen waar het altijd november is. Niet de romantische, gouden-bladeren-op-het-trottoir november. Meer die natte sokken, grijze lucht, ik-weet-niet-meer-wat-ik-kwijt-ben-maar-er-mist-iets november.
Mijn moeder zei vroeger altijd al: "dat ik moest leren loslaten”. Alsof dat een keuze is. Alsof je hart een kraan zijn die je dicht kan draaien als het begint te lekken in je borstkas.
Ik ben er nooit goed in geweest, dingen afmaken. Verhalen, relaties, gesprekken. Altijd ergens halverwege blijven hangen. Alsof ik bang ben dat het slot stuk maakt wat er nog te redden valt.